Inleiding
De AUTO-modus bevat vier triggers: hoge temperatuur, lage temperatuur, hoge luchtvochtigheid en lage luchtvochtigheid. Druk op de Mode-knop om de betreffende trigger weer te geven en gebruik de omhoog- en omlaag-knoppen om de triggerwaarde in te stellen. In de AUTO-modus kunnen alle vier de triggers tegelijk actief zijn, ook als je op dat moment een andere trigger bekijkt. Schakel ongebruikte triggers uit door tegelijk op de omhoog- en omlaag-knoppen te drukken, zodat ze niet ingrijpen in je actieve programma's. Bij de meeste toepassingen is maar één trigger nodig. Let op: AUTO-modustriggers kunnen ook worden beïnvloed door je Max/Min-, overgangs- en bufferinstellingen.
AUTO-modus (hoge-temperatuurtrigger)
De hoge-temperatuurtrigger activeert je apparaat zodra de temperatuur de ingestelde waarde bereikt of overschrijdt. Typische toepassing: airconditioners of ventilatoren die de temperatuur verlagen wanneer het te warm wordt. Voorbeeld: als je een hoge temperatuurwaarde van 32 °C instelt, wordt het apparaat ingeschakeld bij 32 °C of hoger en weer uitgeschakeld zodra de temperatuur onder 32 °C daalt.

AUTO-modus (lage-temperatuurtrigger)
De lage-temperatuurtrigger activeert je apparaat zodra de temperatuur de ingestelde waarde bereikt of daalt onder deze waarde. Typische toepassing: verwarmingsapparaten of verwarmingsmatten die de temperatuur verhogen wanneer het te koud wordt. Voorbeeld: als je een waarde van 5 °C instelt, wordt het apparaat geactiveerd bij 5 °C of lager en weer gedeactiveerd zodra de temperatuur boven 5 °C stijgt.

AUTO-modus (hoge-luchtvochtigheidstrigger)
De hoge-luchtvochtigheidstrigger activeert je apparaat zodra de relatieve luchtvochtigheid de ingestelde waarde bereikt of overschrijdt. Typische toepassing: ontvochtigers die de vochtigheid verlagen wanneer het te vochtig wordt. Voorbeeld: bij een instelling van 70% RV wordt je apparaat geactiveerd bij 70% of hoger en weer uitgeschakeld zodra de vochtigheid onder 70% daalt.

AUTO-modus (lage-luchtvochtigheidstrigger)
De lage-luchtvochtigheidstrigger activeert je apparaat zodra de relatieve luchtvochtigheid de ingestelde waarde bereikt of daalt onder deze waarde. Typische toepassing: luchtbevochtigers die de vochtigheid verhogen wanneer het te droog wordt. Voorbeeld: bij een instelling van 50% RV wordt je apparaat geactiveerd bij 50% of lager en weer gedeactiveerd zodra de vochtigheid boven 50% stijgt.

Instellingen die je programmering beïnvloeden
- Instellingen voor maximaal en minimaal niveau – Alle programmeermodi kunnen door deze waarden worden begrensd. Wanneer het apparaat wordt "uitgeschakeld", draait het op je ingestelde minimum. Bij activering draait het tot het ingestelde maximum. Deze waarden komen overeen met de niveaus die je in de ON- en OFF-modus hebt ingesteld.
- Overgangsinstelling – Laat het apparaat zijn vermogensniveaus dynamisch aanpassen, op basis van het verschil tussen de werkelijke waarde (temperatuur/luchtvochtigheid) en je streefwaarde.
- Buffer-instelling – Geldt voor stopcontactapparaten die alleen aan of uit kunnen worden gezet. Voegt een "marge" toe rond de trigger, zodat het apparaat niet te snel weer wordt gedeactiveerd wanneer waarden schommelen.